Zaterdag 4 juli 2020

Uit een boek viel een oud kalenderblaadje van de poëziekalender met een gedicht van Hugo Claus:

Dante en ik

Op donderdag 14 september, de verjaardag van Dante,
kuierde ik in mijn tuin, de schemer was mild
en ik dacht aan Dante.
Zo ben ik, ik denk altijd aan Dante.
Ik heb zelf iets van die man, denk ik. In het matige.

Dat gedicht is er eentje in het genre waartoe ook ‘Een groot schrijver’ van Kees Ouwens behoort:

Een groot schrijver

Ik legde mijn pen neer en begaf mij
naar buiten.
Daar keek ik omhoog en zag de sterren.
Het was een stille nacht.
Ik ben een groot schrijver,
dacht ik.

Toen begaf ik mij weer naar binnen,
om die regel op te schrijven
en er schoot mij een traan te
binnen, die op mijn schrift viel.
Ik huilde om de waarheid.

Gisteren had ik in de nieuwsbrief een aantal bundels van A. Roland Holst, afkomstig van een zolder in Bergen N.H. van een buurman van Roland Holst. Een aantal van die bundels hadden handgeschreven opdrachten van de dichter aan Zwaantje Stomps en Louk Coolhaas, twee ‘van die rijpere vriendinnen van Jany, bij wie hij graag lunchte en zijn middagtuk doorbracht, al dan niet erotisch veraangenaamd,’ zoals Jan van der Vegt schreef. Die bundels met opdrachten gingen grif van de hand, evenals enkele niet beopdrachte boeken van Roland Holst. Het is verheugend te merken dat er voor boeken van Roland Holst nog belangstelling bestaat.

Plaats een reactie

Item toegevoegd aan winkelwagen.
0 items - 0,00